OVERPEINZINGEN VAN EEN TEAMCOACH

Touch me (The Doors, 1968)

Allemachtig wat gebeurt er toch veel de laatste tijd. Hoe langer deze coronacrisis duurt hoe meer het er aan alle kanten inhakt bij iedereen. Privé en werk wat te veel vermengd zonder uitzicht wanneer het stopt. Ondanks alle energie die door iedereen gegeven wordt, is er te weinig contact met studenten. Ik ben geneigd om hierbij te zetten, gevoelsmatig te weinig contact, maar dat wordt tegelijkertijd meteen in mijn hoofd weerlegt. Het is ook zo en kan momenteel niet anders. Ik zie aan alle kanten hoe dit collega’s hoofdbrekens bezorgt. Wat dat doet om niet te kunnen en mogen leveren wat je normaal zou doen in de normale wereld. Dan is de volgende vraag, wat is inmiddels de normale wereld? En zo kun je doorgaan om alles heel moeilijk te maken in je hoofd. Dat doorgaan in het hoofd zie ik op diverse plekken gebeuren. Het is ook niet zo vreemd, want doordat alles met elkaar vermengt, loopt alles in elkaar over en is het moeilijk het hoofd uit te zetten. Zeker wanneer je met dat hoofd gevoelsmatig alleen op een eiland verkeerd. Dat alleen is iets waartoe mensen goed in staat zijn. Terugtrekken in jezelf, gedachtenkolken door laten gaan en er niet uit komen. Dat gebeurt op alle plekken. Bij collega’s, bij studenten en vervolgens verkeren we allemaal ook nog in thuissituaties met of zonder partner, met of zonder kinderen. In situaties waarbij problemen op alle gebieden ook nog met elkaar aan het vermengen zijn en dan is loskomen daarvan best een ingewikkelde opgave. Vervolgens wordt op divers gebied keihard gewerkt en wordt voor elkaar gezorgd. We vangen elkaar op, hebben oog voor iedereen, kortom wat een bijzondere club mensen zijn we toch met elkaar. Soms kijk ik even met bewondering van een afstandje toe en ook wel met verwondering omdat in de zorg voor elkaar het Zelf zomaar aan de kant geschoven kan worden. De zwaarte wordt aan alle kanten ervaren en door te zien hoe zwaar de ander het heeft wordt het eigen gevoel aan de kant gezet want we moeten door met z’n allen.

Ja ik heb zorg, zoals tussen de regels te lezen is. Ik zie veel mensen uitvallen en zodanig uitvallen dat er alleen nog behoefte is om even niets meer van het werk te horen of met het werk te maken te hebben. Ik zie teams met elkaar de boel overeind houden en doorgaan. Ik zie een hele groep nieuwe collega’s vol enthousiasme werk overnemen en aan de slag gaan. Nieuwe energie. Geweldig maar ze moeten ook in de gaten gehouden worden omdat ze zomaar teveel gaan doen in hun enthousiasme.

Ik zie een OMT keihard werken om alles geregeld te houden. Ik zie studenten die doorgaan, soms heel erg gefrustreerd, meer fysiek les willen krijgen terwijl dat niet kan, docenten die daar weer erg verdrietig van worden en dat anders willen en ik zie de dikke muur, die Corona heet, waar we met z’n allen tegenaan lopen.

Ik zie ook de teamcoaches hun best doen mensen op te vangen. Ik voel ook de frustratie niet genoeg te kunnen doen. Tegelijk heb ik ook altijd een stem bij me die zegt: “oké, het is een groot drama en het klopt allemaal wat je zegt en als je daar nog even naar terug kijkt, wat gaat er dan wel goed, waar kan je trots op zijn”. Heb je even!

De opleiding draait nog steeds, ongekende krachten en talenten zijn naar boven gekomen. Er is ongelooflijk veel aandacht voor elkaar, collega’s beschermen elkaar en houden elkaar in de gaten. Teams doen veel moeite het met elkaar te rooien en laten elkaar niet in de steek. Als ik iets wil weten over een uitgevallen collega blijkt het team op de hoogte zijn en het contact te onderhouden. Klassen worden vervangen en nieuwe collega’s zijn aangenomen. Het OBP ondersteunt aan alle kanten en daar wordt gezamenlijk bekeken wat beter kan. Hoe nog meer hulp geboden kan worden en hoe we meer zichtbaar voor elkaar worden. Het OMT draait overuren om oplossingen te bedenken. Er worden nieuwe (online) methoden bedacht om studenten te bereiken en te ondersteunen. Collega’s zijn opleidingen begonnen en deze en gene maakt gebruik van coachgesprekken om zaken even voor zichzelf op een rijtje te zetten en weer door te kunnen. Door kunnen in mijn ogen is niet als een dolle weer doorrennen. Door kunnen betekent even stilstaan, relaxen, rust nemen zonder schuldgevoel, de natuur in, knuffelen met dieren, knuffelen met je kinderen, je partner. Lief zijn voor jezelf! Laatst was ik bij de kapper en toen dacht ik. Wat een rare wereld is het toch dat ik hier op een stoel zit en mijn hoofd wordt aangeraakt, wat heerlijk is, terwijl ik niet mijn moeder mag omhelzen. Tegelijk realiseerde ik dat de kapper wel voorziet in dat waar veel gebrek aan is, De Aanraking.

Het verdriet hebben over wat er niet is, draagt niet bij om je beter te voelen. Overigens zeg ik hiermee niet dat dat er niet mag zijn. Juist wel want het is de realiteit. Het is echter ook goed om te kijken naar de mogelijkheden, de minimale lichtpuntjes om te voorkomen dat je in een spiraal naar beneden draait. Er zijn dus blijkbaar nog mogelijkheden om mijn huidhonger te stillen door naar de kapper te gaan of een massage te boeken. Om me even onder te dompelen in het gevoel letterlijk aangeraakt te worden. mijn ogen te sluiten en me over te geven. One step at the time. Jolande