Twistgesprek

In de rubriek twistgesprek schrijven twee vakgenoten een polemiek over iets dat speelt binnen onze opleiding of ons vakgebied. Dit keer is het een gesprek tussen Anouk Smeenk en Tibbe Bakker.

Webcams? Uit!

Hoi Anouk! Even een andere manier om contact te maken dan via die eindeloze online overleggen in Teams! Ik schrijf je deze brief omdat ik weet dat jij één van de docenten binnen onze opleiding bent die studenten streng toespreekt als ze hun webcam uit hebben staan. Ik ben juist tegenstander van het gebruik van webcams. Waarom? Laat ik drie redenen uitwerken; het is onrechtmatig, ongezond en het is ons zonder goede argumentatie opgedrongen. Onrechtmatig… Het begon allemaal in maart vorig jaar met de veroordeling tot thuiswerken. Eenzijdig werd mij als werknemer een cruciale arbeidsvoorwaarde ontzegt; een prettige werkplek. Thuiswerken werd verplicht om redenen die we allemaal wel kennen inmiddels. Ook werd ineens verwacht dat ik mij liet zien in mijn privédomein; de webcam werd met een gemakzuchtige vanzelfsprekendheid geintroduceerd als voorwaarde bij vrijwel al het online contact. Nu bevat de eerder vernoemde term niet voor niets het woord ‘privé’. Mijn huis is geen werkplek, niemand heeft het recht daar zomaar binnen te gluren. Er zijn natuurlijk manieren om de achtergrond onzichtbaar te maken, maar dat neemt niet weg dat het moeten verschijnen voor een webcam raar is, wanneer dat gebeurde nadat de werkgever onze werkplek had afgenomen (en wellicht nog erger; studenten hun studieplekken). Ik wil best mijn gezicht laten zien, maar dan wel op mijn werk waar ik netjes en verzorgd zal verschijnen. Buiten mijn werk gaat het niemand wat aan hoe ik eruit zie of hoe ik erbij zit. Studenten betalen bovendien collegegeld. Je zou kunnen betogen dat zij daarmee nog meer recht hebben op een fatsoenlijke studieplek. Kortom, is het wel rechtmatig om faciliteiten als werk- en studieplekken dan zomaar ineens te schrappen? Wat mij betreft niet. Ongezond… Inmiddels druipt het chagerijn er bij menig online bijeenkomst ook vanaf. Het verplicht moeten gebruiken van de webcam draagt daar veel aan bij. Samenwerken op deze manier is niet echt bevorderlijk voor het mentale welzijn, zoveel is reeds duidelijk. Na een paar uur met webcams ben ik helemaal gesloopt. Statisch tegen mijn computerscherm aan moeten kijken, vol prikkels doordat ik iedereen steeds zie, vol afleiding doordat bij de geringste beweging mijn aandacht afgeleid wordt, vol technisch gehannes en hinderlijke onderbrekingen als er weer een kat op iemands rug springt of een kind plots in beeld komt lopen, vol zelfbewustzijn omdat je voelt dat iedereen continu naar je kan kijken zonder dat je dat zelf doorhebt. Niet gezond! Veel erger nog vind ik het niet kunnen bewegen. Ik kan natuurlijk staand vergaderen of lesgeven, maar het liefst loop ik rond. Als ik telefoneer combineer ik dat bij voorkeur met een stevige wandeling in de buitenlucht. Gezonder dan zitten, maar tegelijkertijd kan ik me beter concenteren omdat ik alleen hoeft te luisteren naar wat mijn gesprekspartner te vertellen heeft. Geen afleiding, focus, frisse lucht en alles in combinatie met lichamelijke inspanning. Mensen die webcams verplicht stellen ontzeggen anderen tegelijkertijd deze mogelijkheid. Opgedrongen… Dat brengt me bij de laatste reden; het feit dat het gebruik van webcams me is opgedrongen, zonder goede argumentatie. Aansluitend bij bovenstaand argument kan ik nog aandragen dat het inmiddels mogelijk is om veel prettiger met elkaar online samen te werken (want je kan dus naar buiten, je kan het combineren met noodzakelijke lichaamsbeweging, je bent niet meer gebonden aan één plek). De vraag is; waarom doen we dat dan niet? Dat komt wat mij beteft door de opgedrongen online omgangsvormen, in het bijzonder de sociale conventies rondom het webcamgebruik. Vanaf maart vorig jaar wordt dit als vanzelfsprekend gezien door velen, verplicht door sommigen zelfs, waar anderen geen keuze in gelaten wordt en wat bovendien vaak helemaal niets toevoegt aan de kwaliteit van een les of bijeenkomst. Als iemand bijvoorbeeld toch alleen maar gaat zenden, is interactie niet nodig. Waarom dan wel de hele tijd moeten kijken naar andere mensen, die schaapachtig hun webcam instaren? Geef die mensen zelf de keuze of ze hun webcam willen gebruiken, accepteer vooral ook dat sommigen de keuze maken om die webcam uit te laten, bijvoorbeeld als ze het niet prettig vinden als andere mensen zomaar hun privédomein in kunnen kijken, als ze liever in beweging komen dan de hele tijd stil te moeten zitten of als ze simpelweg beter in staat zijn zich te concentreren als hun webcam uit is. Het enerzijds ontzeggen van een werk- of studieplek en daar bovenop ook nog eens verplicht stellen van webcamgebruik is dubbelop belachelijk. We houden elkaar gevangen met deze opgedrongen, vreemde omgangsvorm, zonder dat daarover goed gesproken is met elkaar. …uit dus dat ding! Geef studenten en docenten dus zelf de keuze om hun webcam te gebruiken. Stop met het verplichten van webcamgebruik. Accepteer dat mensen hun webcam niet gebruiken. Het is, boven alles, tijd dat we als hogeschool weer verantwoordelijkheid nemen en studenten en werknemers een fatsoenlijke werkplek bieden; buitenshuis, zodat het huis ook echt een thuis kan blijven. Ik ben benieuwd hoe jij dit ziet! Groet, Tibbe.



Ha Tibbe! Dank voor je brief! Inderdaad een verfrissende manier van communiceren in deze tijden. Grappig dat je me classificeert als een ‘strenge’ docent als het aankomt op webcam gebruik. Zo ervaar ik dat zelf niet, misschien ben ik wel vrij pragmatisch. Jouw standpunt is kristalhelder maar, volgens mij, niet overal toepasbaar in de context van ons werk: doceren. Laat me uitleggen wat ik daarmee bedoel: Doceren = verbinden Wanneer je de docenten vraagt waarom ze ooit besloten om docent te worden zullen de meeste antwoorden in de trant van: “om jongeren iets te leren”, “om in gesprek te gaan, dialoog”, “om kennis te delen en te verbinden”. Verbinden. Een werkwoord dat niet los te koppelen is van leren en doceren. Om samen een leerproces aan te gaan en te doorlopen zal je met elkaar moeten verbinden. Verbinden in een klaslokaal gaat vaak vrij makkelijk. Soms ook niet en moet je als docent wat meer je best doen. Maar verbinden van achter je laptop is een stuk ingewikkelder. Het gebrek van de fysieke nabijheid zorgt ervoor dat het contact niet zo vanzelf ontstaat. Je moet zoeken naar de ander: waar ben je en wat wil je leren? Ik zie het als mijn taak als docent om in die digitale leeromgeving het klaslokaal zo goed mogelijk na te bootsen. Om zo toch die echte verbinding te krijgen. In een klaslokaal kan ik mijn studenten horen èn zien. En vaak is dat zien ook heel belangrijk. Ik vertel studenten in mijn online lessen vaak dat wanneer studenten hun webcam niet aan hebben, het voor mij als docent voelt alsof de student een klaslokaal binnenkomt en zich vervolgens verstopt onder zijn jas. Toch een vreemd gezicht. Ik wil weten dat ze er echt zijn. En niet enkel hun laptop hebben open geslagen om vervolgens weer in bed te duiken . Daarnaast zien ze elkaar en krijgen we toch het gevoel van samen leren. In één ruimte. Ook al is die ruimte digitaal. Lichaamstaal Een argument in het verlengde hiervan is de notie van lichaamstaal. Lichaamstaal wordt vaak onderschat in het dagelijks leven. We wisselen duizenden woorden uit met elkaar elke dag. Maar ons lichaam geeft vaak nog veel meer informatie weg. De mimiek, de houding, het freubelen, het wegkijken, een lach. Zo ontzettend bepalend. In een lokaal kan ik studenten dwingend aankijken om hun tas van tafel te halen of een aanmoedigende blik geven bij een twijfelend antwoord. Studenten vertellen mij hele verhalen met hun ogen en houding. Of ze hebben hun ogen nog op half zeven omdat de les in alle vroegte begonnen is. Wanneer je in een online les structureel de webcam uit hebt staan, mis je al deze signalen en sfeerbepalers. Situatie afhankelijk Aangezien jij stelt dat het webcam gebruik opgedrongen is en verplicht wordt, wil ik graag wat nuance aanbrengen. Net zoals dat we van studenten verwachten dat ze (actief) aanwezig zijn in een klaslokaal, verwacht ik in sommige situaties ook dat ze hun gezicht laten zien in een online les. Ik ben niet van mening dat er iets wordt opgedrongen, het is eerder een verwachting van een wederkerige docent-student relatie. En ik zeg bewust in sommige situaties. Want een webcam hoeft heus niet altijd in volle glorie aan, dat ligt aan de situatie van dat specifieke leermoment. Is het een les waarin vooral gezonden wordt? Camera’s mogen uit. Is het een actieve les met een kleinere groep studenten? Camera aan! En in sommige situaties wil ik aan het begin van de les even hoorbaar en visueel inchecken en kunnen de camera’s later uit als studenten daar voorkeur aan geven. Die van mij blijft aan, om mijn verhaal beter te doen aankomen. Waar jij, Tibbe, het vraagstuk van webcamgebruik heel erg benadert vanuit jouw positie als werknemer en persoon, zou ik pleiten om er naar te kijken vanuit onze rol als docent. Dat wil niet zeggen dat wij geen (privacy) rechten hebben als personen met een privé leven maar daar zijn voldoende manieren voor gevonden om dat veilig te stellen (blurren van achtergrond bijvoorbeeld). En tevens is het jouw eigen verantwoordelijkheid om daar weg in te vinden. Als docent moeten wij er voor zorgen dat de online lessen stimulerende en inspirerende momenten zijn die we gezamenlijk creëren. Als dat vraagt om even een uurtje te zitten (of staan) en jezelf te tonen en je samen kwetsbaar op te stellen, let’s do it! Kan je daarna even lekker buiten wandelen en reflecteren op de les! Groetjes, Anouk


Wat vind jij? Stuur je reactie naar één van de auteurs!