Column

Cadetten en adelborsten | Arjan Trommel |

Bovendien leek het neerknallen van mensen mij toen al geen goede oplossing voor welk probleem dan ook

Eind mei. We rollen alweer bijna de zomer in. Niet te merken aan het weer, maar wel aan de activiteiten en de sfeer. Scriptiebegeleiders spreken afstudeerders moed in. Esther, de studiebegeleider wijst bezorgde studenten op wat nog wél mogelijk is dit studiejaar. In deze periode lopen er op de elfde ook steeds ‘vreemden’ door de gang. Bestuurskundigen die werkzaam zijn in de praktijk. Zij komen voor de individuele eindassessments. In deze periode voeren de projectcoaches samen met deze externen met elke propedeusestudent een gesprek, het eindassessment. Dat gesprek gaat over de professionele ontwikkeling die de student het eerste studiejaar heeft doorgemaakt. Ik heb veel bewondering hoe de studenten zo’n assessment doorstaan. Ogenschijnlijk met gemak vertellen zij openhartig over hun ervaringen en ambities. Ik kan mij niet voorstellen dat ik, toen ik 17 of 18 was, bereid zou zijn geweest om te praten over mijn kwaliteiten en te reflecteren op mijn eigen stommiteiten.

Toen ik 18 was, was ik vooral bezig met lanterfanten en rijlessen

Toen ik 18 was, was ik vooral bezig met lanterfanten en rijlessen. Daarnaast maakte ik me zorgen dat ik opgeroepen zou worden voor de dienstkeuring. Als ik ergens geen zin in had, was het militaire dienst. Voor het opvolgen van bevelen was ik niet in de wieg gelegd en voor het respecteren van hiërarchie had ik een grote allergie. Ook het reduceren van een ingewikkeld conflict in “wij zijn goed” en “zij zijn fout”, was niet aan mij besteed. Bovendien leek het neerknallen van mensen mij toen al geen goede oplossing voor welk probleem dan ook. Ik hoopte dan ook dat ik afgekeurd zou worden. Maar die weerzin tegen militaire dienst is sinds kort wat afgenomen. Dat zit zo. Onze zeer gewaarde collega Guido van Os gaat ons verlaten. Hij heeft een andere baan. Enerzijds ontzettend jammer. Een aderlating voor de opleiding. Guido stond samen met enkele andere collega’s aan de wieg van de opleiding en heeft deze mede grootgebracht. Guido is een goede docent en een creatieve bestuurskundige. Hij heeft inmiddels minstens duizend studenten ingewijd in de wereld van e-governance en netwerksturing. Hij leerde studenten kritisch nadenken en stimuleerde hun onderzoekend vermogen. Streng, maar altijd pragmatisch. Een collega waarmee het prettig samenwerken was. Humoristisch en een gezonde dosis relativeringsvermogen. Ik ga hem missen.

Zijn onderwijs zal ongetwijfeld leiden tot een geheel nieuwe benadering van vrede, vrijheid en veiligheid

Anderzijds zie ik ook wel positieve kanten aan zijn overstap. Guido gaat namelijk werken bij defensie. Bij de Nederlandse Defensie Academie (NLDA) om precies te zijn. De NLDA leidt cadetten, adelborsten en moderne officieren op. Dat Guido daar is aangenomen, geeft mij vertrouwen in de toekomst en maakt mij nieuwsgierig. Zijn onderwijs zal ongetwijfeld leiden tot een geheel nieuwe benadering van vrede, vrijheid en veiligheid. Ik zie het helemaal voor me: moderne soldaten die niet gaan schieten als ze een vijand zien, maar zich afvragen: is dat echt een vijand? Wie zijn zij? Wat zijn hun belangen? Kunnen we niet beter met ze in gesprek? Wie maakt het verslag? Moet dat worden getranscribeerd? En na de lessen van Guido zal geen cadet meer spreken over een oorlog maar over een wicked problem. Een invasie zal voortaan worden uitgelegd als een transformationeel proces dat beweeglijk, onzeker, complex en ambigue is. Ook denk ik dat over een paar jaar elke adelborst in een crisissituatie het concept voortmodderen zal inzetten als een passende interventie. Ik ben destijds goedgekeurd voor militaire dienst maar hoefde niet te komen omdat ik moeilijk plaatsbaar was. Ik werd buitengewoon dienstplichtig. Dat betekent dat ik in tijden van oorlog nog steeds opgeroepen kan worden. Met deze overstap van Guido naar NLDA, zie ik daar nu een stuk minder tegen op. Fijne zomer allemaal en Guido veel succes! Arjan Trommel.