De uitlaatklep

Voor kritische, verrassende of opmerkelijke reacties op bijdragen uit ELF of op zaken die spelen in en rond de opleiding Bestuurskunde. | Dean Castricum |

Dit stuk omvat een reactie van Dean Castricum op de column van Bianca Oostenrijk uit het vorige opleidingsmagazine (#1). Hierin werd gepleit voor een gesprek n.a.v. de rellen die plaatsvonden in meerdere Nederlandse wijken.

Dean Castricum is derdejaars en heeft stage gelopen bij de Gemeente Amsterdam, stadsdeel Zuid.

Het begint eigenlijk al bij de titel: ‘’Zijn woedende demonstraties stil of luid?’’. Wat mij betreft zou in deze titel het woord ‘demonstraties’ vervangen moeten worden voor het woord ‘rellen’. Want het woord ‘demonstraties’ beoogt iets vreedzaams. Maar dit was niet vreedzaam, dit was walgelijk gedrag. Vele winkels, auto’s en zelfs een splinternieuw treinstation werden slachtoffer in verschillende Nederlandse steden tijdens de rellen afgelopen januari. Vuurwerkbommen, golfballen en messen vlogen door de lucht. Hooligans en aso’s verzamelden zich in verschillende binnensteden om vernielingen aan te richten. En deze mensen waren absoluut niet uit op een vreedzaam gesprek. Deze gasten wilden vooral machogedrag vertonen, aanzien binnen hun vriendengroep kweken en een burgeroorlog met de ME voeren. Absoluut dat ik een groot voorstander ben van een gesprek! Een gesprek is in vele gevallen absoluut aan te raden. Zelfs een raadgevend en bindend referendum is wat mij betreft een goed idee, zo ben ik ook voorstander van een burgerraad. Een gesprek kan bepaalde zaken aan het licht brengen, om deze vervolgens op te lossen. Waar ik echter geen voorstander van ben, is een gesprek in de vorm van een soort beloning. Een beloning voor het vernielen van andermans eigendommen. Eigendommen van mensen die helemaal niets met de situatie te maken hebben. De dader in plaats van het slachtoffer daarbij nemen als het centrale uitgangspunt.


Waar ik echter geen voorstander van ben, is een gesprek in de vorm van een soort beloning.

Het gaat tijdens het demonstreren om de normen en waarden die in de wet zijn vastgelegd. Dit zijn de spelregels waar een ieder zich aan dient te houden. De vergelijking tussen vreedzaam demonstreren en relschoppen gaat daarom ook niet op. Daarbij moet je ook niet op zoek gaan naar sociologische verklaringen, maar op zoek gaan naar definities zoals geformuleerd in de wet. Wat is anders het referentiekader om af te keuren en te bestraffen? Of hoeft er helemaal niet gestraft te worden? Hoeft er enkel te worden geluisterd naar het ‘zielige’ verhaal van de dader? Dean Castricum.