Het hoorcollege is dood, lang leve het hoorcollege!

| Loek van Kraaij |

Ik werkte pas kort bij de opleiding Bestuurskunde en gaf werkgroepen sociologie. Het slotcollege van dit vak werd traditiegetrouw verzorgd door Bart van Heerikhuizen, bekend socioloog aan de UvA. Dennis en Floortje - mijn collega’s toentertijd - vertelden mij dat Bart een zeer inspirerende docent is die hun ogen en hart voor de sociale werkelijkheid had doen openen. Vandaar dat zij Bart jaar in jaar uit uitnodigden als gastdocent om onze studenten te trakteren op een boeiend college sociologie. En ook onze studenten hingen vol fascinatie en verwondering aan zijn lippen. Zijn colleges eindigden altijd met een groot applaus.

De colleges van Bart hebben ook op mij een blijvende indruk achtergelaten. Elke keer als ik bezig ben met de voorbereiding van een college heb ik Bart in mijn achterhoofd. Zo beschreef hij het ideale hoorcollege als een collectief ritueel dat gevoelens van geestdrift en onderlinge verbondenheid oproept. Hij is ook wel eens getypeerd als een verlichter en verleider. Verlichter omdat hij de ideeën van belangrijke denkers, buitengewoon helder en precies kon uitleggen. Verleider omdat hij dat deed met een enthousiasme en bezieling die oversloeg op de zaal.

Niemand zong met mij mee en ik dacht vertwijfeld: Misschien heb ik het verkeerde nummer gekozen?

Twee jaar geleden gaf ik zelf een college sociologie. Het is altijd spannend om voor een zaal studenten te staan, een verhaal te vertellen en daarin iets van jezelf te laten zien. Maar dit keer was ik bijzonder zenuwachtig omdat ik van plan was om tijdens het college het nummer Pa van Doe Maar te zingen. Niet omdat ik zo goed kan zingen, wel om een socialisatietheorie te illustreren. En omdat ik stiekem wel benieuwd was naar de reactie van studenten. Ik kondigde het nummer aan en vroeg de studenten die bekend waren met het nummer om met mij mee te zingen. Niemand zong met mij mee en ik dacht vertwijfeld: Misschien heb ik het verkeerde nummer gekozen? Maar nadat ik de laatste zin had gezongen werd ik overladen door een warm applaus.

Hou het kort Loek, leg de stof in hapklare brokjes uit en ga vooral niet zingen.

En toen was het jaar lang stil in de collegezalen. Covid-19 raasde de wereld over en de hoorcolleges werden ingeruild voor kennisclips. Er werd mij al snel verteld dat die kennisclips niet te lang moesten duren: maximaal 10 minuten. Hou het kort Loek, leg de stof in hapklare brokjes uit en ga vooral niet zingen. Aan de keukentafel nam ik tientallen kennisclips op. Toen ik het terugkeek en mezelf hoorde praten werd ik er niet bepaald blij van. Het voelde onnatuurlijk en statisch aan. Ik miste het geven van hoorcolleges waarin je in alle rust iets kan vertellen. Maar vooral ook de samenkomst en de uitwisseling van ideeën, ervaringen en kennis met studenten.

Nu het komende collegejaar er weer aankomt dacht ik opeens: Komt dat hoorcollege nog wel terug? Al die kennisclips liggen al op de plank, die hoef je alleen nog maar te uploaden in een online leeromgeving en klaar is Kees. Het hoorcollege ligt op sterven na dood. In onderwijsland denkt men dat deze vorm van kennisoverdracht niet meer past in deze tijd. Te traag, te veel zenden en onvoldoende activerend. Als remedie om studenten vandaag de dag te motiveren spreken onderwijskundigen liever in deftig Engels over ‘blended learning’, ‘flipping the classroom’ en ‘bottom-up learning’. Toch zou ik het hoorcollege graag weer tot leven willen wekken. Niet alleen als een vorm van informatieoverdracht, maar ook als een moment waarop studenten als leergemeenschap samenkomen, zich verbonden voelen en verleid worden om een nieuwe wereld van ideeën te ontdekken. Ik hoop weer snel met gezonde spanning voor een volle collegezaal te staan en samen zingend de stof tot leven te brengen. Loek van Kraaij.