Alumni

Ervaren beleidsvrijheid binnen de Participatiewet

| Samy H.S. Sheta |

Samy Sheta is oud-student bestuurskunde en (ervarings)deskundige op het gebied van inclusiviteit. In deze bijdrage vertelt Samy over zijn activiteiten en de masterscriptie die hij heeft geschreven over de Participatiewet.

Mijn naam is Samy H.S. Sheta en ik heb ook gestudeerd aan onze opleiding Bestuurskunde. Vanuit mijn bi-culturele, en neurodivergente, achtergrond heb ik ervaren hoe het is om onderdeel te zijn van verschillende minderheidsgroepen. Hetgeen wat wij soms als vanzelfsprekend achten, is helemaal niet zo vanzelfsprekend. Als student aan onze mooie opleiding heb ik mij daarom bemoeid met hoe onze opleiding beter begeleiding kan bieden aan mensen met een handicap. Verder ben ik bezig geweest om onze hogeschool en de Universiteit van Amsterdam fysiek toegankelijker, studeerbaarder en werkbaarder te maken voor mensen met een chronische ziekte, arbeidsbeperking en/of handicap. Destijds hadden beide kennisinstellingen nog een gezamenlijk bestuur. Wij bestuurskundigen hebben bij uitstek de mogelijkheid om het speelveld gelijk te trekken voor iedereen in onze samenleving. Durf te dromen en grote ambities te hebben. Dit is een oproep aan jullie allemaal om eens om je heen te kijken. Jezelf de vraag te stellen: ‘Wat kan ik betekenen voor mijn medemens?’. Vanuit deze dromen heb ik onderzocht wat Nederland biedt voor mensen die moeite hebben om deel te nemen aan de arbeidsmarkt.

Als student aan onze mooie opleiding heb ik mij bemoeid met hoe onze opleiding beter begeleiding kan bieden aan mensen met een handicap

Introductie Participatiewet Op 1 januari 2015 is de Participatiewet ingevoerd. Deze wet vervangt de Wet Werk en Bijstand (WWB), de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) en een groot deel van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong). De doelstelling van de Participatiewet is dat iedereen met afstand tot de arbeidsmarkt wordt ondersteund tot een reguliere baan of vrijwilligerswerk. De wet is een invulling van de afspraken uit het toenmalige Regeerakkoord van PvdA en VVD, het Sociaal akkoord uit 2013 en de Begrotingsafspraken uit 2014. Als gevolg van de Participatiewet zijn overheidstaken van de Rijksoverheid belegd bij gemeenten, onder het credo ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’. Gemeenten zouden beter aanvoelen wat er lokaal nodig is om er zo aan bij te dragen dat hun inwoners eerder en in grotere getale aan werk komen. Gemeenten kunnen ook maatwerk leveren om burgers effectiever aan een baan te helpen. De Participatiewet zou ook leiden tot meer efficiëntie door de samenwerking met het bedrijfsleven, waardoor deze wet gepaard ging met bezuinigingen. Een toename van de gemeentelijke beleidsvrijheid is daarmee een belangrijk uitgangspunt bij de decentralisatie. In mijn afstudeeronderzoek (Sheta, 2021) heb ik dit uitgangspunt onderzocht. Empirische bevindingen over de Participatiewet Uit de bevindingen blijkt dat vanwege de decentralisatie gemeenten een grotere variatie aan taken en bevoegdheden hebben ervaren. Maar in slechts een beperkt aantal van de door mij onderzochte casussen wordt eveneens een toegenomen variatie en beleidsvrijheid ervaren door de aan de gemeenten verbonden uitvoeringsorganisaties. De decentralisatie zou aanleiding hebben kunnen geven om de rolverdeling tussen uitvoeringsorganisaties en gemeenten te veranderen. Gemeenten zouden meer verantwoordelijkheid, en daarmee ook meer kennis en kunde, hebben kunnen onderbrengen bij de uitvoeringsorganisaties. In de praktijk is hiervan wederom nauwelijks sprake. Bovendien blijkt dat de decentralisatie de budgettaire ruimte van uitvoeringsorganisaties heeft beperkt. In de praktijk zijn de uitvoeringsorganisaties daardoor gedwongen geweest om scherpe keuzes te maken binnen de uitvoering van de Participatiewet. Als laatste heb ik ook gekeken naar de democratisch sturing van het beleid. Als het gaat om het agenderen van mogelijk nieuwe thema’s binnen dit beleid heeft de decentralisatie geen effect gehad. In essentie kan worden vastgesteld dat de decentralisatie van de Participatiewet niet tot grotere beleidsvrijheid in het functioneren van uitvoeringsorganisaties heeft geleid. Gemeten praktijkeffecten & conclusie Al met al was de verwachting, gebaseerd op algemene literatuur over decentralisatiebeleid dat de decentralisatie van de Participatiewet zou leiden tot een toegenomen beleidsvrijheid van zowel gemeenten als uitvoeringsorganisaties Deze verwachting is niet bevestigd. Kort gezegd is de Participatiewet wel ‘geframed’ als een decentralisatie, in de praktijk lijkt het er toch meer op dat er sprake is geweest van een uitbreiding van gemeentelijke taken en verantwoordelijkheden met minder financiële middelen. De aan de gemeenten verbonden uitvoeringsorganisaties hebben daardoor louter ervaren dat zij meer diensten moeten leveren, met minder geld.