Twistgesprek

BSK LinkedIn-groep? (G)een goed idee!

In de rubriek Twistgesprek schrijven twee vakgenoten een polemiek over iets dat speelt binnen onze opleiding of ons vakgebied.

| Steven Jongejan & Tibbe Bakker |

Dag Steven, Vandaag werd met veel enthousiasme de LinkedIn-groep voor de opleiding Bestuurskunde gelanceerd. Nu wil ik geen party pooper zijn, maar kritische noten plaatsen bij de dominantie van technologie binnen onze opleiding is één van mijn stokpaardjes en ik grijp elke mogelijkheid aan die te berijden. Het toeval wil dat we het net bij het vak Bestuurskunde 2 hierover hebben gehad. Het boek De platformsamenleving van Van Dijck e.a. dat we bij dit vak hebben gelezen geeft genoeg stof tot nadenken over dit initiatief. Is het nou wel zo’n goed idee, zo’n LinkedIn-groep? Laat ik maar gewoon met de deur in huis vallen; de opkomst van sociale media is het slechtste wat ons als mensheid de afgelopen decenia is overkomen. Ik heb zelf de tijd nog meegemaakt zonder mobiele telefoons, internet en sociale media en zonder in valse romantiek te willen vervallen; dat was een prettigere wereld dan die van vandaag de dag. Waarom ik dat vind?

Langzaam maar gestaag wordt de alledaagse sociale interactie uit onze samenleving gesloopt

Ten eerste omdat de publieke ruimte tegenwoordig gevuld is met smartphone zombies; kijk om je heen en je ziet mensen die alleen nog maar aandacht hebben voor het schermpje van hun telefoon. Het aanzien van die verslaving stemt mij dieptreurig, zoals ik vroeger ook het beeld van heroïnejunkies op zoek naar een volgend shot triest vond. Ik wil niet de magie van een heroïnetrip ontkennen (dat zal vast een prettig gevoel zijn net als het shot dopamine dat het gebruik van de smartphone geeft...); het gaat me om de afhankelijkheid. Geen controle hebben, maar gecontroleerd worden. In het geval van sociale media, waar ik LinkedIn ook onder reken, is die controle in handen van grote techbedrijven uit Amerika (in het geval van LinkedIn is dat eigenaar Microsoft). We weten dat daar knappe koppen werkzaam zijn die onze aandacht tot handelswaar hebben omgezet en er alles aan doen om die grondstof commercieel te exploiteren.

Het staat allemaal mooi beschreven in een artikel op De Correspondent, waarin ook te lezen is dat je aandacht maar één keer kunt uitgeven. Door sociale interactie via LinkedIn te promoten, ontmoedigen we alternatieve manieren om contact te maken. "Langzaam maar gestaag wordt de alledaagse sociale interactie uit onze samenleving gesloopt. Daarmee verliezen we meer dan we beseffen", zo stond het onlangs beschreven in de Volkskrant. Een tweede reden om kritisch te kijken naar dat platforminitiatief is dus dat de aandacht die naar dat soort sociale media uitgaat, ten koste gaat van aandacht voor andere zaken. Als docent hoef ik dit denk ik niet verder uit te leggen; dagelijks zie ik jonge mensen voor mijn neus die niet meer in staat zijn hun aandacht lang vast te houden, die het niet meer lukt een boek te lezen, die geen gesprekken meer voeren met andere studenten om zich heen in een klaslokaal in de pauze, maar dat kwartierje benutten om snel even alle socials bij te werken. Straks moet dus ergens nog wat aandacht onttrokken worden om vooral ook de LinkedIn-groep in de gaten te houden, met extra schermtijd tot gevolg.

We hebben onszelf wijsgemaakt dat LinkedIn noodzakelijk is om een goede professional te kunnen zijn

"Neemt het onderwijs zijn vormende taak serieus, dan dient het de strijd tegen de verschraling van aandacht aan te gaan en aandachtsmanagement als een typische 21ste-eeuwse vaardigheid te gaan zien. Dat kan het doen door rijke aandachtsomgevingen te creëren en praktijken te bedenken waarbij het aandachtsvermogen geoefend en gecultiveerd kan worden. Het schoolgebouw is zo’n omgeving", zo riep eerder techfilosoof Hans Schnitzler op in NRC. Wij moeten ons als opleiding niet alleen maar schikken naar de vraag vanuit de buitenwereld; we moeten onze studenten ook leren hoe ze die werkelijkheid kunnen veranderen. Stoppen dus met die onzin van sociale media, bepaal zelf waar je jouw aandacht op richt en geef niet al je aandacht zomaar weg aan techbedrijven.

De derde reden voor mijn afkeer is dat 'sociale' media niet sociaal zijn, maar asociaal. Laten we die platformen vooral anders gaan noemen (reclamebureaus, databedrijven, o.i.d.), maar laten we ons ook bewust zijn van de gevolgen van het jezelf continu moeten profileren waartoe dit soort platformen aanzetten. Zoals Instagram veel negatieve invloed heeft op het zelfbeeld van pubers, zo kan LinkedIn ook een plek zijn waar je continu het gevoel krijgt dat je niet goed genoeg bent. Anderen hebben altijd een interessanter profiel, een breder netwerk met meer connecties en nog flitsendere aanbevelingen. Waar verbondenheid gepredikt wordt, is sprake van een continue concurrentiestrijd.

We hebben onszelf wijsgemaakt dat LinkedIn noodzakelijk is om een goede professional te kunnen zijn, net zoals we onszelf wijsgemaakt hebben dat Whatsapp noodzakelijk is voor ons sociale leven. Zie daar het grote succes van de techbedrijven. In zijn nieuwe boek Wij nihilisten gaat eerdergenoemde techfilosoof Hans Schnitzler daar verder op in, vooral ook op ons eigen aandeel in die ontwikkeling. Wat wij doen en welke keuzes wij maken heeft gevolgen voor de wereld waarin we leven, zowel in positieve als in negatieve zin.

Weer verplaatsen we met dit initiatief om een LinkedIn-groep voor de opleiding te lanceren ons naar een online platform van een groot Amerikaans bedrijf en slepen we jonge mensen mee naar een schermwereld waarin onderlinge concurrentie de boventoon voert. Er zijn andere keuzes mogelijk! Waarom niet meer fysieke ontmoetingen organiseren op de 11e van het WBH? Waarom niet meer daadwerkelijke, echte ontmoetingen faciliteren tussen studenten en professionals uit ons bestuurskundige netwerk? En als het dan toch allemaal digitaal moet, waarom niet zelf een platform maken en beheren, zodat onze data uit handen blijft van Amerikaanse bedrijven met veel te veel macht in onze samenleving? Het vak Bestuurskunde 2 gaf ik trouwens samen met Dorien Zandbergen, onze nieuwe docent die expert is wat betreft dit onderwerp. Wij spraken ook over de vraag wat te kiezen als je online zichtbaar wilt zijn en hoe je daarbij de regie zelf in handen kunt houden. Dat kan ook met een eigen website. Dorien is overigens iemand die ook graag de dialoog over dit onderwerp aangaat, niet vanuit een anti-platform houding zoals ik, maar met meer nuance en expertise wat betreft de vraag hoe je persoonlijke identiteit online te beheren.

De macht van techbedrijven vraagt wat mij betreft vooral om tegenmacht. We moeten die dominante positie doorbreken door ons bewust te zijn van onze bijdragen daaraan, naar alternatieven te zoeken en waar die alternatieven er zijn bewuster te kiezen. Zoals we ook voor vegetarische producten kunnen kiezen om de bio-industrie te laten verdwijnen, geen plastic bekertjes meer kunnen pakken bij de koffieautomaat om de afvalberg te verminderen of kunnen kiezen voor groene stroom om fossiele bedrijven een halt toe te roepen. Be the change you want to see in the world. Een betere wereld begint bij jezelf! Dat is iets waarmee we onze studenten niet alleen met woorden, maar vooral ook met daden moeten inspireren. Ik ben benieuwd hoe jij dit ziet! Groet, Tibbe




Beste Tibbe, Ik heb jouw betoog met belangstelling gelezen. Een uitgebreid onderbouwde kritiek op de hedendaagse samenleving en de rol van grote techbedrijven daarin. Het beeld wat je schetst zou je angstaanjagend kunnen noemen; de nieuwe mens als gevangene van zijn device en de duistere meesters van de algoritmes. Ik denk echter dat je een veel te negatieve voorstelling van zaken geeft. Om te beginnen een algemeen punt. Jouw analyse van de impact van de ‘asociale’ media die het intermenselijk contact vernietigen doet sterk denken aan de conservatieve reflex die we in de geschiedenis wel vaker hebben gezien bij grote innovaties. Denk aan de komst van de boekdrukkunst in de 15e eeuw, waarbij de verspreiding van kennis onder ‘gewone’ mensen werd gezien als een funeste aantasting van de maatschappij en de goede zeden. Denk aan de komst van de stoomtrein begin 19e eeuw. De enorme snelheid van 40 kilometer per uur die de trein bereikte werd gezien als niet te bevatten voor de mens. En de melk van de koeien werd zuur. Steeds reacties die uitgaan van de wens om het oude te behouden, zonder met een open blik naar de mogelijkheden van het nieuwe te kijken.

De digitale vormen van interactie de we de afgelopen decennia hebben ontwikkeld zijn een toevoeging aan het palet van interactievormen

Ik zal nu ingaan op de drie argumenten die je naar voren brengt. Ten eerste de door jou gesignaleerde afhankelijkheid van de socials. De mens is een sociaal wezen, dit heeft ons tot de dominante soort op aarde gemaakt. Wij zijn, zou je kunnen zeggen, verslaafd aan interactie met anderen. Wij hebben deze nodig om ons ‘zelf’ te bevestigen en om te groeien. De digitale vormen van interactie de we de afgelopen decennia hebben ontwikkeld zijn een toevoeging aan het palet van interactievormen. Onze verslaving aan interactie is dus niet nieuw, maar heeft een nieuwe verschijningsvorm. Dat online en live interactie elkaar in de weg kunnen zitten is waar. We hebben als samenleving nog geen mores ontwikkeld om deze modaliteiten van interactie met elkaar te verzoenen. Dit vergt tijd.

Ten tweede signaleer je bij jongeren een gebrekkige capaciteit om hun aandacht langere tijd ergens bij te houden en een versnippering van hun aandacht. Dit is een ontwikkeling die ik, als vader van vier kinderen, herken. Social media zijn hiervan in mijn ogen echter niet de oorzaak. De werkelijke oorzaak is te vinden in de enorme versnelling van communicatie sinds de komst van het internet. De wereld is, net als met de komst van de stoomtrein, sneller geworden. Multitasken en kort, maar gericht, ergens aandacht aan besteden horen hierbij. Jouw derde punt deel ik tot op zekere hoogte. Sociale media zijn een platform waar mensen hun al dan niet bestaande leuke weekend, grootse prestatie of fantastische baan etaleren. Eventueel om een ander de loef af te steken. Maar ook hier leg je wat mij betreft ten onrechte de schuld bij de sociale media. Die sociale media zijn een in beginsel neutrale plek waar de enorm gegroeide prestatiegerichtheid van onze samenleving tentoon wordt gespreid. Als er een monster is om te bevechten dan is dat het; de prestatiegerichtheid. Die handschoen neem ik graag op, laten we beginnen bij onszelf, onze opleiding. Ook wij dragen met de grote nadruk op toetsen en iets als een bindend studieadvies bij aan het steeds maar sneller en hoger...

We hebben de verantwoordelijkheid om onze studenten voor te bereiden op een professionele wereld waar het digitale steeds dominanter wordt

En dan de vraag die direct raakt aan mijn verantwoordelijkheid als opleidingsmanager. Zijn we met het actief inzetten van Linkedin slaven van het grootkapitaal en overijverige Genossen der Bosse? Moeten we het goede voorbeeld geven en off grid gaan? Ik denk van niet. Wel hebben we de verantwoordelijkheid om onze studenten, meer dan nu het geval is, voor te bereiden op een professionele wereld waar het digitale steeds dominanter wordt. Van big data tot online cocreëren, van privacy-bewustzijn tot verantwoord online zichtbaar zijn als professional.

Samengevat zou ik het volgende willen zeggen; we leven al een jaar of 30 in revolutionaire tijden. Onze wereld is sneller geworden, onze mogelijkheden om als sociaal wezen te leven worden dagelijks vergroot met nieuwe applicaties. Is de wereld in balans? Nee. We weten nog niet altijd hoe nieuwe technologieën in te zetten voor het goede. Maar dat is geen reden om ze af te wijzen. Dat is vooral kurieren am Symptom en laat de achterliggende vraagstukken ongemoeid. Maar, waarde Tibbe, zoals je weet; bij mij is het glas altijd halfvol. De tijd zal ons leren of dat in dit geval terecht is. Groeten, Steven

Wat vind jij? Stuur je reactie naar (één van) de auteurs!

Heb jij ook een mening ergens over en durf je de strijd aan? Meld je dan aan bij Tibbe Bakker