Bijzondere Studiepaden

Niet elke student volgt het reguliere studiepad en studeert in 4 jaar af. In deze rubriek lees je meer over onze ‘langstudeerders’ en het wel en wee op hun eigen pad.

Rogier Schreuder (25), gestart in 2016, nu 5de jaars student. Werkt naast z’n studie op de Albert Cuyp, is vaste vrijwilliger bij de Februaristaking herdenking en kent de stad als z’n broekzak.

1. Uit wat voor nest kom je? Ik ben geboren in Amsterdam-Noord, opgegroeid in Purmerend. Het is niet echt uit een huis-tuin-en-keuken gezin waar ik vandaan kom. Ik heb twee moeders en een donorvader, die ik wel persoonlijk ken. Mijn moeders zijn een jaar na mijn geboorte uit elkaar gegaan. Door de nieuwe relaties die zij kregen heb ik ook halfbroers en -zussen. Alles bij elkaar maakt het een bijzondere familie.

2. Wat heb je hiervoor gedaan? Journalistiek en geschiedenis. Ik heb een propedeuse Journalistiek, geschiedenis heb ik nog geen half schooljaar volgehouden. Ik was te ongedisciplineerd en het leek net iets te hoog gegrepen voor mij. Voor mij begon toen al het studentenleven in Amsterdam.

3. Waarom Bestuurskunde? Het was een tip van m’n oom die er iets over gelezen had. Ik voelde druk om na twee niet afgemaakte studies snel iets nieuws te kiezen. Daarnaast ben ik altijd maatschap-pelijk betrokken en geïnteresseerd in politiek geweest.

4. Hoe verliep je studie? Het eerste jaar ging vrij makkelijk. Ik vond de groepsprojecten en theoretische vakken erg leuk. Dat jaar haalde ik zowat alles. Jaar twee had ik in eerste instantie onderschat. Ook was ik te veel afgeleid door het Amsterdamse uitgaansleven. Ik zat veel met vrienden in cafés en clubs. Ook ben ik in die periode wel 13 keer verhuisd. Daardoor kreeg ik ook niet veel structuur in m’n leven.

5. Jouw band met Amsterdam? Ik ken Amsterdam als m’n broekzak. Ik heb antikraak in de Bijlmer bajes gewoond, onderhuur betaald in de Indische buurt en in Betondorp om de hoek bij het huis van Johan Cruyff gewoond. Ik ken de stress, de hopeloosheid en het gedoe van de gemiddelde student in Amsterdam. Het is die ervaring, maar ook mijn interesse in de architectuur, de cultuur van de stad en het contact met alle bewoners die mij er elke dag aan herinneren waarom ik voor bestuurskunde heb gekozen.

6. Hoezo studievertraging? Doordat ik veel moest herkansen van jaar 2 kon ik in jaar 3 niet verder met m’n minor en stage. Momenteel zit ik in m’n vijfde jaar en heb ik nog geen stage gedaan. Ik ben bezig met de herkansingen van vakken uit jaar 2 en jaar 4. Misschien is dat ook wel de reden dat ik weinig vaart achter dingen zet. Ik weet het niet.

7. Hoe kijk je terug? Aan de ene kant met een gevoel van “Had ik toen maar dit gedaan, of wat meer opgelet”. Ik besef dat de slechte discipline van toen me nu in een vervelende positie heeft gezet. Veel klasgenoten waarmee ik Bestuurskunde begon zijn nu al afgestudeerd en ik ben nog bezig.

Aan de andere kant heb ik ook geen spijt van hoe ik toen was. Ik weet nog dat ik in het eerste jaar jaloers was op klasgenoten die lid waren van een politieke partij of al in een gemeenteraad zaten. Maar achteraf is het ook een voordeel dat ik gesprekken voerde met allerlei mensen, van zwervers tot bejaarden, van jongeren tot marktkoopmannen. Door mijn werk op de Albert Cuypmarkt en vrijwilligerswerk bij herdenkingen ken ik veel soorten mensen.

8. Grootste inzicht? Ik heb geen duidelijke ambitie of doel, maar als ik ooit de politiek inga weet ik dat het belangrijk is om je in mensen te verdiepen voordat je er over praat of er beslissingen over gaat maken.

9. Jouw tip voor studenten? Onderschat jaar 2 niet. Als je op onregelmatige tijden les hebt, zorg dan zelf voor een goeie structuur. Zodat je de volgende dag geen kater hebt en niet volledig bent uitgeblust. Als je naar Fest of een ander café gaat, zorg dan dat je in gesprek komt met studenten van andere opleidingen, en docenten. Zo vergroot je je netwerk.

10. Bijdrage aan maatschappij? Ik hoef geen debatten te voeren, geen meningen te verkondigen en geen moties in te voeren. Ik wil graag de gesprekken aangaan op straat. Waar ligt de oorzaak van radicalisering onder jongeren? Hoe maak je van Amsterdam een stad voor iedereen?

Wat vindt de marktman op de Dappermarkt en wat vindt de laptopstudent in het Volkshotel? Ik vind het ook belangrijk om de geschiedenis van de stad in leven te houden. Ik doe nu vrijwilligers-werk voor de Februaristaking- en Auschwitz herdenking en dat blijf ik graag doen.

11. Jouw toekomst? Ik weet niet of ik na m’n studie gelijk het werk wil gaan doen dat normaal gesproken op de studie volgt. Soms denk ik erover om eerst nog een tijd in een kleding-zaak te gaan werken of om iets te doen met muziek. Als ik wel iets met bestuurskunde ga doen, dan moet het sowieso iets te maken hebben met preventief werk, zoals de aanpak van de Top 600 of het voorkomen dat jongeren radicaliseren. Of met het in leven houden van de geschiedenis van Amsterdam.