Column

"De Elfde..., dat is toch geen naam voor een magazine?"

Weber en Hofman

Heel veel jaren geleden werkte ik een tijdje voor de National Audit Office, de Engelse rekenkamer. Ik was in die tijd in dienst van de Algemene Rekenkamer. Ik wilde mijn Engels verbeteren en de NAO had behoefte aan kennis over de manier waarop in Nederland de rekenkamer zijn strategie bepaalde. Een win-winsituatie. Dus ging ik vier maanden naar Londen.

Dat was een interessante ervaring. De werkcultuur bijvoorbeeld. Bureaucratisch. Heel bureaucratisch. Formele communicatie en buitengewoon hiërarchisch. Daar kon Max Weber nog wat van leren. Het aantal strepen op je mouw bepaalde met wie jij jouw ideeën deelde. Daar omheen hing een sfeer van beleefdheid, waardigheid en dienstbaarheid, allemaal voor The Queen. Echte hovelingen. Tijdens werktijd dan. Buiten werktijd, in de pub, bleken er hele andere omgangsregels tussen collega’s te gelden. Minder hoffelijk. Ook interessant. Bij de NAO werkte men toen in grote kantoortuinen met daarin eilanden van steeds vier bureaus die van elkaar gescheiden werden door schotten. Deze schotten waren ongeveer anderhalve meter hoog waardoor je elkaar net niet kon zien. De zogenaamde cubicles. In die eilanden zat een volgorde. Bij de ingang zaten de administratieve en secretariële krachten, een eiland verder de juniors, dan de mediors, vervolgens de seniors en tot slot het management.

Toen ik destijds in september bij de NAO aankwam, was de kerstlunch in voorbereiding. De kerstlunch is een belangrijke gebeurtenis voor de werkende Engelsman. Het heet lunch, maar het is een drankgelag dat weliswaar begint met een lunch, maar doorloopt tot diep in de nacht met steeds sterkere drank en zonder de formele omgangsvormen die op het werk gelden. In de week voor kerst zit de horeca in Londen vol met bedrijven die op deze manier hun kerstlunch vieren.

De juniors hadden de taak om die kerstlunch te organiseren. Zij overlegden fluisterend in hun cubicle. Als zij een idee hadden, ging één van hen naar de tafel van de mediors. Vervolgens werd daar op getempte toon overlegd. Dat er overlegd werd kon je zien doordat degene die aan het woord was zich iets oprichtte om boven de cubicle uit te komen. Zo kon je altijd in de gaten houden waar een voorstel zich bevond. Vermakelijk om te zien. Na enkele dagen, ging één van hen met het kerstlunchidee naar de cubicle van de seniors. Uiteindelijk belandde het bij het management. Als die uitgepraat waren, ging het aangepaste idee via dezelfde route, maar dan in omgekeerde richting weer terug naar de juniors.

Hoe anders is dat bij ons. Nauwelijks hiërarchie en formaliteiten. Iedereen praat met iedereen en iedereen denkt over alles te gaan. Zo zat in januari onze collega Marco Hofman in een vakantiehuisje. Hij bedacht daar dat het leuk zou zijn als we als opleiding een eigen magazine zouden beginnen. Hij mailde zijn idee naar een paar collega’s. Die vonden het ook een goed idee. Oh ja, moet Marco nog gedacht hebben, we hebben ook een managementteam. Misschien vinden die er ook iets van. Weldra kreeg ook het management een mailtje van Marco dat binnen een paar uur beantwoord werd met: wat een leuk idee, ga je gang en als jullie geld nodig hebben horen we het wel. Zo kan het dus ook! En zo was het magazine geboren. Gefeliciteerd Marco!

Oh ja, bij een geboorte hoort natuurlijk een naam. Maar De Elfde…., dat is toch geen naam voor een magazine? Waarom heet het niet De Hofman? Dat is een veel betere naam. Word je immers bij ons niet opgeleid tot hoveling, een moderne hofman? Bovendien is deze naam een mooi en welverdiend eerbetoon aan de geestelijk vader van onze opleiding en dit nieuwe magazine.

Arjan Trommel.