BEELDENTHEATER

GEDACHTEN EN GEVOELENS UITWISSELEN

Beeldentheater is een onderdeel van participatief drama. Je kunt het ook gebruiken om onderzoek te doen (onderzoekend theater).

Als je wilt weten hoe een bepaalde (doel)groep ‘denkt en voelt’ over een gevoelig onderwerp, dan kan de Nederlandse taal, of het gesproken woord in het algemeen, een barrière vormen. Mensen geven snel sociaal wenselijke antwoorden. Als onderzoeker wil je graag weten wat mensen écht beweegt, voorbij de beleefdheid. Denk aan onderwerpen waar mensen mee worstelen, zoals: migratie, toekomst, armoede, werk, klimaat of relaties. De ‘beeldentaal’ kan dan uitkomst bieden.

In een aantal stappen leer je de beeldhouwer in jezelf kennen: je leert met je lichaam iets uit te drukken in een beeld, een ‘standbeeld’. Alle beelden uit de groep worden tentoongesteld en bekeken in een ‘museum’. Dan gaat er iets onverwachts gebeuren: de beelden komen een voor een tot leven en gaan bewegen en praten; hun verhaal vertellen. Door aan elkaar te laten zien hoe je over bepaalde zaken denkt of voelt, voer je een gelijkwaardige dialoog op het speelvlak. Dat geeft mensen het gevoel dat ze gezien en gehoord worden. Ze zijn dan ook bereid om zich te verdiepen in het perspectief van de ander. Het verschil mag er zijn. Er worden vragen aan elkaar gesteld en er ontstaat wederzijds respect.

Tover de ruimte om tot een museum met standbeelden en kijkers. Je kunt spelen dat het de opening is van de tentoonstelling waar kunstenaars en publiek elkaar ontmoeten. Om het visueel aantrekkelijk te maken kun je blanco naambordjes klaar hebben liggen om elk kunstwerk van een naam te voorzien. Je kunt er ook een fotoshoot aan koppelen.


En dan gebeurt het wonder: de beelden komen tot leven! Het museum wordt een ‘theater’ met een speelvlak en een plek voor de kijkers. Er ontstaat een andere sfeer. Dat kun je inleiden met een kort verhaal dat bij je doelgroep past. Je kunt ook met licht werken, wanneer je dat tot je beschikking hebt, of met ‘magic’, bijvoorbeeld muziek of een toverstok.

VOOR WIE?


Deze sociale interventie kun je bij verschillende groepen toepassen. Het gaat om mensen, die moeilijk voor zichzelf kunnen opkomen en zelden een stem krijgen. Denk aan jongeren en ouderen, kwetsbare mensen met een bepaalde problematiek (LVB, GGZ) en ook met mensen, die een andere taal spreken, zoals migranten of vluchtelingen.

WAAROM?


Deze workshop kun je aanbieden om elkaar beter te leren kennen, maar ook om onderwerpen te bespreken of conflicten en dilemma’s helder te krijgen en diversiteit te vieren. Door aan elkaar te laten ZIEN wat je denkt en voelt, maak je gevoelige onderwerpen op een andere manier bespreekbaar.

WAAR?


Een ruimte die groot genoeg is voor het aantal deelnemers (kijkers) en een speelvlak (museum). Het moet er schoon zijn en uitnodigend uitzien. Mensen moeten zich ongehinderd door de ruimte kunnen bewegen (tafels en stoelen aan de kant!). Zet alles wat je nodig hebt voor een prettige sfeer van te voren klaar.

STAPPEN

Deel 1

1) Creëer een veilige sfeer. Dit doe je bijvoorbeeld door: contact maken, welkom heten, respect tonen en kennismakingsspellen doen.

2) Fysieke opwarming- en vertrouwensspellen:· Oefening beelden maken: iemand roept een gevoel of onderwerp en vervolgens drukt iedereen dat uit met het lijf.· Oefening: 2 aan 2, beeldhouwer en ‘materiaal’. Eerst droog oefenen met elkaar aanraken en in verschillende posities zetten.

3) Introductie in het werken met beelden en de meerwaarde ervan.

4) Werk vanuit beelden rond het thema. Geef de beeldhouwer opdracht een beeld bij een bepaald thema te maken met het materiaal ‘mens’.

5) Plaats alle beelden in het museum.

6) Het uitspelen van de opening: er wordt naar ieder beeld gekeken en het publiek (de andere beeldhouwers) roept namen. De eigenaar van het beeld bepaalt welke naam het beste past en schrijft deze op het naambord.

Deel 2

7) Dynamiseren van de beelden: creëer een andere sfeer -een magisch moment- door het licht te veranderen, een spannend kort verhaal te vertellen of een toverstok tevoorschijn te halen. Wijs de beelden om de beurt aan. De beelden maken een aantal keer een herhaalbare beweging en bevriezen dan weer. Bij de tweede ronde herhalen ze de beweging en voegen ze een korte zin toe. Nu kun je hen ‘dirigeren’ en er een bewegend spel van maken. Het eindigt met het doorbreken van de magie met een harde klap op een stoel of bijvoorbeeld door het felle licht aan te doen. Iedereen staat weer in het oorspronkelijke beeld.

8) Cooldown: schud even alles los of doe een andere fysieke oefening.

9) Nabespreken en feedback ophalen: Wat heb je gezien of gehoord? Wat heb je gevoeld? Wat herken je daarvan? Hoe beleef jij dat? Wat valt je op? Wat waren overeenkomsten? Wat waren verschillen?

TIPS


· Maak deze workshop korter of langer, afhankelijk van je bedoeling met de groep.


· Zorg voor een rustige en veilige sfeer. Bewaak dat er respectvol met elkaar gepraat wordt over het ’kunstwerk’.


· Sla de kennismakingsspellen niet over. De ‘speel’ modus heb je nodig om ingesleten dagelijkse patronen te doorbreken.


· Informeer jezelf over de waarde van non verbale communicatie en wat de expressie van het lichaam voor meerwaarde heeft in het elkaar begrijpen. Geef daar indien nodig een toelichting over.


· Demonstreer iedere oefening eerst aan de groep. Zorg dat je ze al een keer voor jezelf hebt uitgeprobeerd. Bereid jezelf goed voor op de rol van spelleider.


LINKS & LITERATUUR


Luc Opdebeek en Karin Bevers: Een scène schoppen

https://www.formaat.org/over-formaat/wat-we-doen/


KUZO, introductieworkshop Beeldentheater
https://www.ap.be/sites/default/files/users/user341/Hand-out%20Introductie%20Beeldentheater.pdf


Augusto Boal: Games for actors en non actors


M. Karreman: Warming-ups en energizers, uitgeverij Them
a